2de Voortgangsrapportage 2021

Personele lasten en externe inhuur

Inleiding

Deze prognose is gebaseerd op een dwarsdoorsnede van afdelingsbudgetten met alle uitgaven en inkomsten op het gebied van salarislasten en externe inhuur van de gemeentelijke afdelingen en instellingen.

De prognose is exclusief gegevens van DZB, deze zijn in zijn geheel opgenomen onder programma 10 ‘Werk en Inkomen’

 

Totaal budget

Totaal uitgaven/
inkomsten

Vrije ruimte

Percentage externe inhuur

GEMEENTEBREED TOTAAL

    

salarislasten

94.534.268

90.937.875

3.596.392

 

mogelijke CAO loonsverhoging 1%

 

909.379

-909.379

 

interne inhuur

2.133.865

4.065.386

-1.931.521

 

externe inhuur

7.788.443

17.124.629

-9.336.186

 

budgetten ter dekking salarislasten en inhuur

4.936.761

0

4.936.761

 

doorbelasting naar investeringen/grex

-16.048.081

-17.392.732

1.344.651

 

inkomsten ter dekking salarislasten en inhuur

-467.083

-2.678.456

2.211.373

 

RESULTAAT

92.878.172

92.966.080

-87.908

15,7%

Gebruikte rubrieken

Naast de formatiebegroting zijn er voor salarislasten en inhuur meer budgetten in de begroting beschikbaar uit projectgelden, investeringen en grondexploitatie (grex). Daarnaast zetten we medewerkers in voor taken bij derden waarbij kosten worden doorberekend. Deze budgetten en inkomsten zijn apart in het overzicht opgenomen.

Resultaat

Op basis van het verloop van de kosten en inkomsten in het eerste halfjaar wordt een prognose gemaakt voor het jaarresultaat. Aan de hand van deze prognose wordt per saldo gemeentebreed een negatief resultaat verwacht van 87.908.

Nog steeds is het vanwege de verschillende coronamaatregelen en onzekerheden over de nabije toekomst moeilijk om een goede inschatting te maken.

De ene afdeling heeft nadelen omdat verschillende projecten niet kunnen worden uitgevoerd waardoor het personeel ook niet aan die projecten kan worden doorberekend, of moet het personeel inzetten voor zaken die niet door te berekenen zijn.

Andere afdelingen hebben weer voordelen omdat ze meer tijd kunnen besteden aan de verschillende projecten of minder personeel en inhuur hoeven in te zetten omdat activiteiten niet doorgaan.

Alle teams hebben de opdracht om met de beschikbare budgetten uit te komen. Indien toch tekorten ontstaan, worden deze via de gebruikelijke procedure gemeld in de voortgangsrapportage.

Extra kanttekeningen bij dit resultaat

Nieuwe CAO

Op dit moment is er nog geen nieuwe CAO per 1-1-2021 afgesproken.

De onderhandelingen over een loonsverhoging schommelen tussen 2,75% en 0%. Verder worden er afspraken gemaakt over een mogelijke thuiswerkvergoeding en harmonisatie verlof.

In de salarisbegroting 2021 zit bijna 1% ruimte voor een loonsverhoging.

In de prognose is nu, in afwachting van een akkoord, voorzichtigheidshalve wel alvast rekening gehouden met een extra uitgave voor loonkosten van 1% van de geraamde uitgaven salarislasten.

Voor de salarisbegroting 2022 is in ieder geval rekening gehouden met een CAO loonsverhoging van in totaal (voor 2021 én 2022) 2,5%.

Formatie en bezetting

De formatie van Leiden is van 1 januari naar 1 juli van 1.200 fte naar 1.227 fte gegaan. Hiervoor is dekking beschikbaar. Het percentage bezetting is van 98,7% naar 97,3% gegaan.

Door de stijging van de formatie bestaat de kans dat de loonkosten hoger uitkomen dan nu in de prognose is opgenomen.

Het percentage bezetting is gedaald, maar als er voor de nieuwe functies en openstaande vacatures personeel kan worden aangenomen zullen de loonkosten hoger uitkomen, en zal de inhuur waarschijnlijk weer lager uitkomen.

Inhuur

De interne inhuur betreft alle inhuur van medewerkers van andere teams en van medewerkers van de vier gemeenten en het Servicepunt. Deze inhuur gebeurt in de vorm van flexatures en andere tijdelijke inhuur. Daarnaast wordt hierbij ook inhuur van andere overheidsinstellingen meegerekend.

Het onderscheid interne en externe inhuur wordt gemaakt omdat de VNG in de Personeelsmonitor interne inhuur niet meetelt met het percentage inhuur. Het percentage inhuur zijn de uitgaven externe inhuur in verhouding tot de uitgaven van salarislasten en externe inhuur.

Het percentage externe inhuur is nu 15,7%. Het streefcijfer voor 2021 bedraagt 19% (zoals vermeld in de begroting 2021, gebaseerd op de personeelsmonitor A&O fonds gemeenten 20191). Bij de jaarrekening 2020 was het percentage 18,1%

Vanwege de onzekere tijden inclusief de moeizame arbeidsmarkt is nu niet goed aan te geven of de daling van het percentage structureel is.

Voor de vele – vaak eenmalige – activiteiten en projecten in de stad huren we meer in dan begroot. Daar staat tegenover dat deze kosten voor het grootste deel worden gedekt binnen het betreffende project.

  1. De streefcijfers worden gebaseerd op de Personeelsmonitor A&O-fonds voor 100.000+ gemeenten (excl. de grote 4). Voor de begroting van 2021 gelden het cijfers van de Personeelsmonitor uit 2019. De Personeelsmonitor voor 2020 is immers nog niet gereed op moment van vaststellen van de begroting 2021 omdat het jaar 2020 dan nog niet afgelopen is. Dit is zo vastgesteld door de Raad.