Voorwoord

De Eerste Bestuursrapportage 2019 laat zien dat de uitvoering van de Programmabegroting 2019 grotendeels op koers ligt: we realiseren het overgrote deel van de prestaties uit de begroting volgens plan. De financiële mee- en tegenvallers uit deze rapportage leiden per saldo tot een verwacht voordeel van € 3,6 miljoen. De samenstelling van dat bedrag is divers. Dat lichten we hieronder kort toe.

In het sociaal domein zien we tekorten op jeugdhulp en Wmo snel oplopen. In 2019 gaat dit om de volgende bedragen: jeugdhulp € 2,2 miljoen, individuele begeleiding Wmo € 1,8 miljoen, groepsbegeleiding Wmo € 0,8 miljoen en huishoudelijke ondersteuning € 1,1 miljoen. Deze kostenstijgingen hebben diverse oorzaken, zoals betere toegankelijkheid van zorg en ondersteuning, doorverwijzing naar dure vormen van jeugdhulp, extramuralisering in ouderenzorg (minder verpleeghuizen) en invoering van een abonnementstarief voor huishoudelijke ondersteuning. Deze tekorten kunnen in 2019 eenmalig worden opgevangen dankzij bijdragen uit de reserve Sociaal Domein, maar daarna is de reserve leeg. De roep van veel gemeenten dat het Rijk extra geld ter beschikking moet stellen, steunen we dan ook voluit. Dat extra geld hebben we hard nodig zodat onze inwoners zich gezond en veilig voelen, kunnen meedoen naar vermogen en hun talenten kunnen ontwikkelen (doelen uit de visie sociaal domein). In reactie op de open brief van de VNG - waarin hun zorgen zijn geuit over de tekorten bij veel gemeenten - heeft het kabinet inmiddels extra geld toegezegd voor de uitvoering van de Jeugdwet voor de periode 2019-2021. In de Tweede Bestuursrapportage zullen we hier meer duidelijkheid over kunnen bieden.

In deze rapportage zijn autonome ontwikkelingen opgenomen die leiden tot een fors nadeel, zoals verbrandingsbelasting, CAO-ontwikkelingen en de algemene uitkering (onderdeel BTW-compensatiefonds). Daarnaast zijn er tegenvallers door een lagere waardeontwikkeling OZB niet-woningen, sterk gestegen energielasten en prijsstijgingen boven de door de gemeente gehanteerde indexatie. Een deel van het tekort kan worden opgevangen door incidentele meevallers bij kapitaallasten, accres algemene uitkering, bijstand (BUIG) en opbrengsten dividend.

Een grote post in deze bestuursrapportage betreft een incidentele vrijval van € 8 miljoen uit de reserve afschrijvingen investeringen. Deze incidentele vrijval leidt tot een lagere vrijval van de reserve in het meerjarenbeeld. Dit nadeel is als tegenvaller meegenomen bij Kaderbrief 2020-2023. Het bedrag van € 8 miljoen wordt ingezet om de genoemde tegenvallers te dekken en de concernreserve weer op peil te brengen.

Het college stelt u nu voor om het voordeel van € 3,6 miljoen toe te voegen aan de concernreserve zodat de begroting weer op ‘0’ sluit en we het weerstandsvermogen op het door de raad gestelde niveau houden. Op deze manier blijven we financieel gezond, en kunnen we ons blijven richten op de realisatie van onze ambities.

Leiden, juni 2019

College van Burgemeester en Wethouders