Ga naar boven

Personele lasten en externe inhuur

Inleiding

De prognose is gebaseerd op een dwarsdoorsnede van afdelingsbudgetten met alle uitgaven en inkomsten op het gebied van personeelslasten en externe inhuur van de gemeentelijke afdelingen en instellingen.

De prognose is exclusief gegevens van DZB. De gegevens van DZB zijn in zijn geheel opgenomen onder programma 10 ‘Werk en Inkomen’.

Totaal budget

Prognose

uitgaven/
inkomsten

Vrije ruimte

Percentage inhuur

salarislasten en interne inhuur

79.637.907

78.662.588

975.319

externe inhuur

13.547.338

16.556.280

-3.008.942

inkomsten ter dekking salarislasten en inhuur

-19.208.753

-22.041.322

2.832.569

GEMEENTEBREED TOTAAL

73.976.492

73.177.546

798.947

17,8%

Algemeen
Volgens de prognose wordt een positief resultaat verwacht op de salarislasten en inhuur van de gemeentelijke afdelingen en instellingen van totaal € 798.947. Dit bedrag wordt echter niet als meevaller meegenomen bij deze bestuursrapportage vanwege een aantal onzekerheden in de prognose. Deze zijn inherent aan het feit dat de peildatum voor aanlevering van gegevens voor de prognose 1 juli 2017 is, waardoor:

  • er onzekerheid is over de termijn waarop de openstaande vacatures kunnen worden ingevuld;
  • er onzekerheid is over de ontwikkeling van de bezetting; deze is vanaf 1 januari met 3,5% gestegen;
  • het geprognosticeerde voordeel voor een deel bij het projectbureau zit en middels een lagere doorbelasting zal belanden bij projecten/grondexploitaties.

Daarnaast zal - conform de financiële verordening (artikel 25) - een eventueel voordeel op personele lasten bij de jaarrekening (resultaat op de bedrijfsvoering) worden gedoteerd aan de bedrijfsvoeringreserve concern (tot een maximum van 3,5% van de personele lasten van het concern).

Ontwikkeling salarislasten en interne inhuur inclusief inhuur overheid
De uitgaven voor salarislasten en interne inhuur zijn € 975.319 lager dan het begrote bedrag. Naast de salarisbegroting zijn hier diverse budgetten voor dekking van personele kosten en inhuur opgenomen. Bij elkaar leidt dit tot een voordeel. Binnen die budgetten is soms ook ruimte gereserveerd voor dekking van de externe inhuur. De bezetting binnen de gemeente is van 94% per 1 januari 2017 naar 97,5% per 1 september gegaan. Met deze stijging van de bezetting is bij de prognose verder geen rekening gehouden. Een hogere bezetting kan nog tot een hogere besteding leiden waardoor het voordeel lager kan worden. Bij de prognose is wel rekening gehouden met de komende loonsverhoging. De loonsverhoging kan in 2017 dus binnen de bestaande budgetten worden gedekt.

Ontwikkeling externe inhuur en inkomsten
Het percentage externe inhuur ten opzichte van het beschikbare budget salarislasten en externe inhuur komt uit op 17,8%. Bij de jaarrekening 2016 was dit nog 18,2%. Het percentage wordt vooral sterk verhoogd door de activiteiten van het Projectbureau; een afdeling waar het vaak noodzakelijk is om externe expertise in te huren voor specifieke projecten. Dit gaat altijd via doorberekening ten laste van de beschikbare projectbudgetten zodat er geen overschrijding ontstaat. Zonder de cijfers van het Projectbureau komt het percentage externe inhuur uit op 12,1%. Vorig jaar was dit nog 13,3%. Algemeen dus een dalende trend, zoals de personeelsmonitor 2016 ook al constateerde.

Het tekort bij de externe inhuur wordt volledig gedekt door inkomsten ter dekking en de ruimte binnen de budgetten voor salarislasten en interne inhuur. Voor de vele - vaak eenmalige - activiteiten en projecten in de stad huren we voor circa € 3,0 miljoen meer in dan begroot. Daar staat tegenover dat deze kosten volledig gedekt worden binnen het resultaat.