Voorwoord

Deze Eerste bestuursrapportage 2018 laat zien in hoeverre de uitvoering van de Programmabegroting 2018 op koers ligt en geeft daarnaast inzicht in de extra uitgaven die volgen uit de opgaven die het college op basis van het Beleidsakkoord 2018-2022 'Samen maken we de stad' in 2018 wil gaan oppakken. Voor zover deze opgaven ook invloed hebben op de uitgaven vanaf 2019 staan ze toegelicht in de Kaderbrief 2019-2022 die gelijktijdig met deze bestuursrapportage wordt aangeboden. Voor de volledigheid bevatten de tabellen in de Kaderbrief ook steeds een weergave van het jaar 2018 zodat uw raad eenvoudig de aansluiting kan maken met de Bestuursrapportage.

De opgaven rondom bijvoorbeeld verduurzaming, de verstedelijkingsopgave en bijsturing binnen het Sociaal Domein vragen om investeringen. Het college kiest ervoor om niet deze opgaven niet in de tijd naar achteren te schuiven maar nu op te pakken.

In het sociaal domein gaan we de komende jaren anders werken, gericht op de persoon en het gezin, met meer ruimte voor de professional en maatwerk. In de jeugdzorg trekken we de regie meer naar ons toe. We reserveren hiervoor een bedrag voor de frictiekosten van € 15 miljoen. Dat bedrag stelt ons in staat de komende jaren in te zetten op nieuwe werkwijzen.

Een andere grote post betreft een incidentele vrijval van € 24,6 miljoen uit de reserve afschrijvingen investeringen. De incidentele vrijval uit de reserve afschrijvingen investeringen leidt tot structurele nadelen in het meerjarenbeeld die als tegenvaller zijn meegenomen bij Kaderbrief 2019-2022. Dit bedrag is bedoeld om de tegenvallers en de bovengenoemde € 15 miljoen te financieren.

Het college stelt u nu voor om het voordeel van € 873.000 toe te voegen aan de concernreserve zodat de begroting weer op ‘0’ sluit en het weerstandsvermogen op peil wordt gehouden. Het College wil de omvang van de concernreserve aan het eind van de meerjarenbegroting steeds gelijk houden aan minimaal 1,5 keer de benodigde weerstandscapaciteit ('ruim voldoende'). Hiermee behouden we de ruimte om een stijging van de benodigde weerstandscapaciteit op te vangen, maar onderbouwen we deze ruimte voortaan aan de hand van de actuele inschatting van het risicoprofiel, in plaats van aan de hand van een statisch getal. Op deze manier blijven we financieel gezond, en kunnen we ons blijven richten op de realisatie van onze ambities.

Leiden, juni 2018

College van Burgemeester en Wethouders