Ga naar boven

Toelichting afwijkingen begroting 2017

Mee- en tegenvallers:

10.02 Bijstandsuitkeringen
Leiden verwacht een flink tekort op de bijstand en daarvoor kan bij het Rijk een aanvullende uitkering worden aangevraagd. Bij de Eerste Bestuursrapportage 2017 is de te verwachte aanvullende uitkering over 2017 € 0,6 miljoen te hoog ingeschat. De lagere aanvullende uitkering komt deels doordat het rijksbudget medio 2017 is verhoogd met € 0,2 miljoen en doordat de vangnetregeling 2017 soberder is dan de vangnetregeling 2016. Naast het aantonen van een tekort, moet ook duidelijk zijn dat de accountant geen fouten en/of onzekerheden over de uitvoering van de bijstand rapporteert aan de raad. Dat was nog niet zeker bij het definitief sluiten van het boekjaar 2016. De verwachting bestaat dat de aanvullende uitkering over 2017 wel tijdig in het boekjaar 2017 kan worden opgenomen. Er is een meevaller van € 0,44 miljoen inzake de aanvullende uitkering 2016. De aanvullende uitkering over 2016 is niet als opbrengst geboekt in 2016, omdat bij het afronden van de jaarrekening 2016 deze opbrengst nog niet zeker was. De opbrengsten uit vorderingen neemt met € 0,6 miljoen af omdat er minder leenbijstand wordt verstrekt. Er wordt minder leenbijstand verstrekt doordat er dit jaar minder statushouders zullen instromen. Doordat er minder opbrengsten zijn, neemt de storting in de voorziening oninbaar af met € 0,35 miljoen. Gemiddeld wordt 60% van de opgeboekte vordering gestort in de voorziening oninbaar, omdat gemiddeld 40% van de vordering daadwerkelijk wordt geïncasseerd. De kosten van bijstandsuitkeringen nemen met € 0,3 miljoen toe. Eind september wordt het definitieve rijksbudget 2017 bekendgemaakt. Het financieel effect hiervan zal meegenomen worden in de decemberwijziging. Eind september wordt tevens het voorlopige budget 2018 bekendgemaakt. Dat kan hoger of lager uitvallen. Daarom is het nadeel in deze bestuursrapportage, gelijk aan de Eerste Bestuursrapportage, incidenteel opgenomen.

tekort bijstandsuitkeringen

in duizenden euro's

V/N

vangnetregeling rijk 2017

600

N

rijksbudget (bijgesteld voorlopig budget 2017)

212

V

vangnetregeling rijk 2016

440

V

bijstandsvorderingen

610

N

voorziening oninbaar

350

V

uitkeringen participatiewet/ioaw/ioaz

300

N

rijksbudget (definitief budget 2017, eind sept.2017 bekend)

PM

N/V

totaal

508

N

10.03 Minimabeleid / bijzondere bijstand
Het aantal verstrekkingen neemt toe. Naast een toename van de doelgroep, slaagt Leiden er beter in om het niet-gebruik terug te dringen mede door een gerichte voorlichtingscampagne. Ook wordt er een toenemend beroep gedaan op bewindvoerders. Keerzijde is wel, dat de kosten flink toenemen. In de Eerste Bestuursrapportage 2017 is per saldo een structureel tekort van € 800.000 op de verstrekkingen gemeld bij ongewijzigd beleid gebaseerd op de kosten januari en februari. De begroting 2017 en het meerjarenbeeld jaarschijf 2018 zijn hierop aangepast. De kosten in de periode t/m juli zijn echter sterker gestegen dan verwacht. Op de aangepaste begroting 2017 wordt een extra tekort verwacht van € 750.000. Ook dit tekort is bij ongewijzigd beleid structureel. Er zal een bijsturingsvoorstel voor 2018 worden opgesteld en een structureel bijsturingsvoorstel vanaf 2019.

Budgetneutrale wijzigingen:

10.01 Prognose resultaat DZB 2017
Op de uitvoering van de WSW en bij Re-integratie Leiden wordt een voordeel geprognosticeerd van respectievelijk € 600.000 en € 350.000 totaal € 950.000. Het voordeel bij de WSW hangt in belangrijke mate samen met een hogere WSW rijksubsidie die is opgenomen in de mei circulaire van de algemene uitkering gemeentefonds. Het voordeel bij Re-integratie Leiden bestaat eveneens voor een deel uit een hogere rijkssubsidie die via de algemene uitkering loopt, maar er is tevens sprake van een onderuitputting doordat bij de gerealiseerde plaatsingen minder opstapsubsidies verstrekt hoeven te worden. Daarnaast blijft de instroom van Nieuw Beschut en Diensten achter bij de getallen waar in de begroting vanuit was gegaan. In de kaderbrief 2018-2021 is vermeld dat voor 2018 een tekort wordt verwacht van € 424.000 en voor jaren 2019 en 2020 voor beide jaren een tekort van € 500.000. In de kaderbrief zijn de genoemde tekorten over de drie jaren gedekt uit reserve zachte landing WSW.  Vorenstaand is aangegeven dat het overgrote deel van het geprognosticeerde voordeel 2017 ad € 950.000 ontstaat door een hogere rijkssubsidie. Gelet hierop en in het licht van de kaderbrief 2018-2021 wordt voorgesteld om het voordeel 2017 te storten in de reserve zachte landing WSW, om deze vervolgens in te zetten ter dekking van de WSW-tekorten tot en met 2021. Het saldo van de reserve zachte landing WSW is  na deze storting niet afdoende om de tekorten over al deze jaren volledig te dekken. Door het tekort 2018 ad € 430.000 en voor 2019 voor een bedrag van € 548.000 eerst te dekken uit DZB bedrijfsreserve, is het saldo van de reserve zachte landing WSW wel afdoende om de resterende verwachte tekorten tot en met 2021 hieruit te dekken. Voorgesteld wordt om eerst een beroep te doen op DZB bedrijfsreserve, omdat het saldo van deze reserve gemaximaliseerd is tot 10% van de lasten. Voor de komende jaren laten de lasten een dalende trend zien, waardoor ook het toegestaan saldo van de bedrijfsreserve jaarlijks navenant zal dalen. Deze verwachte vrijval wordt nu benut om de tekorten 2018 (volledig) en 2019 (groot deel) af te dekken. Met deze maatregel is de exploitatiebegroting van DZB t/m 2021 sluitend gemaakt.

Budgetoverhevelingen:
Niet van toepassing.

Af te sluiten investeringskredieten:
Niet van toepassing.