Ga naar boven

Toelichting afwijkingen begroting 2017

Mee- en tegenvallers:

5.06 Krediet Rhijnhof onderdeel Brug fase 4
Via Raadsvoorstel 11.0064 is het Masterplan Rhijnhof 2001 (RV 01.0105) als gevolg van voortschrijdend inzicht en bezuinigingen gewijzigd. In dit raadsvoorstel is o.a. besloten diverse kredieten te herschikken en sommige werkzaamheden naar later in de tijd te verschuiven, waaronder de projectfase T4 Aanleg brug en vijver. Voor de aanleg van deze brug en vijver is bij de begroting 2015 een bedrag beschikbaar gesteld van € 812.000. De verwachting was dat deze werkzaamheden rond 2017 zouden worden uitgevoerd. Omdat er onduidelijkheid bestond met betrekking tot het planologisch mogelijk maken van het crematorium bij de begraafplaats en de diverse bezwaren die daarop zijn binnengekomen, zijn de planprocedures flink uitgelopen met extra in- en externe kosten als gevolg. Daarnaast is de markt flink aangetrokken waardoor ook de bouwkosten stijgen, in totaal leidt dit tot een bedrag van € 175.450 aan extra kosten. Voorgesteld wordt om het krediet met dit bedrag te verhogen.

Budgetneutrale wijzigingen:

5.03 Subsidie Provincie ZH Wandelknooppunten netwerk
De gemeente Leiden heeft een projectsubsidie in het kader van de Wandelknooppunten Netwerk aangevraagd en toegekend gekregen van € 148.500. De provincie Zuid-Holland betaalt 100% van de kosten binnen dit project en het project draagt binnen de provincie bij aan doel 1.3 van de Beleidsvisie Groen: Toename recreatie in het groen in Zuid-Holland. Het betreft een project ter versterking van de recreatieve routenetwerken uit het Uitvoeringsprogramma Groen (URG) en omvat het realiseren van een wandelnetwerk van zo'n 115 km (Leiden 65, Leiderdorp 50) aansluitend op omliggende gebieden en met een goede informatievoorziening zoals infopanelen, kaart en opname in de wandelrouteplanner. Inmiddels is bekend dat te realiseren kilometers minder zijn dan oorspronkelijk begroot (103 in plaats van 115 kilometer) waardoor de projectbegroting, zowel baten als lasten, met € 122.000 wordt verlaagd.

5.04 Energie-audits
Via de decembercirculaire 2016 is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van energie-audits bij grote ondernemingen. De gemeenten zijn vanaf 2015 als bevoegd gezag verantwoordelijk voor het toezicht op de vierjaarlijkse uitvoering van energie-audits bij grote ondernemingen. Deze verplichting vloeit voort uit de implementatie van de richtlijn Energy Efficiency Directive (EED). Voor de uitvoeringslasten van deze extra toezichtstaak worden gemeenten gecompenseerd. Het incidentele bedrag dient ter dekking van eenmalige kosten (zoals training) en van de structurele kosten voor 2016 en 2017. Voor gemeente Leiden betekent dit een baat van € 32.932 en hogere bijdrage aan Omgevingsdienst West-Holland voor hetzelfde bedrag. In 2017 worden de regeling en de uitvoeringslasten geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie worden tussen het ministerie van Economische Zaken en de VNG afgespraken gemaakt voor 2018 en verder.

5.05 Programma en programmamanagement Leidse Ommelanden (LOL)
De provincie Zuid-Holland heeft in december 2014 een meerjarige projectsubsidie toegekend van maximaal € 7,5 miljoen voor activiteiten in het kader van het Uitvoeringsprogramma Leidse Ommelanden voor de jaren 2015-2019. Jaarlijks dient de gemeente een aanvraag tot voorschotverlening in bij de Provincie zodat de gemeente dit geld kan inzetten om de door de stuurgroep goedgekeurde projecten van een voorschot te voorzien. Ook de programmakosten zijn declarabel. Deze budgetneutrale wijziging betreft enerzijds het ophogen van het budget Programma management LOL op basis van de begrote kosten 2017 voor het programmamanagement en de verwachte bijdragen door derden van in totaal € 145.000 en anderzijds het ophogen van het krediet met € 1.200.000 gedekt door de bijdrage van de provincie Zuid-Holland.

5.07 Krediet Jan van Houtbrug
Vanwege de monumentale status van de Jan van Houtbrug is in aanloop naar het vergunningentraject besloten de constructie op dezelfde kenmerkende wijze uit te voeren zoals dat 100 jaar geleden gebruikelijk was. Ook deze (niet zichtbare) constructie heeft historische waarde. Er is een afweging gemaakt tussen (meer)kosten enerzijds en het respecteren van de historische waarde van de (constructie) van de brug anderszijds. De historische meerwaarde heeft daarin geprevaleerd. Daarnaast bestond ook risico en een langer vergunningentraject wanneer deze keuze niet gemaakt zou zijn. Daarmee zou het risico dat de brug niet voor start bouw parkeergarage Garenmarkt gereed zou zijn erg groot worden. In de raming bij het aanvragen van het krediet van € 1.087.500 (RV 16.0051) was hier geen rekening mee gehouden. Voorgesteld wordt om het krediet met € 50.000 te verhogen, de kapitaallasten van € 1.333 worden gedekt uit de stelpost kapitaallasten. Bij de actualisatie van het meerjareninvesteringsplan in de begroting zal deze post worden verrekend met de vrijval kapitaallasten.

5.08 Krediet Oostvlietpolder fase 2
Het project Oostvlietpolder fase 2 is meerdere malen vertraagd. Onder andere vanwege de uitvoering van onvoorziene werkzaamheden door de aannemer en uitvoering van werk door derden kent het project een langere doorlooptijd en daarmee ook hogere plankosten. Daarnaast is er sprake van meerwerk. Verwacht wordt dat het werk begin 4e kwartaal 2017 is afgerond. Dit leidt tot een geprognosticeerd tekort van € 175.000. Vandaar dat wordt voorgesteld om het krediet Oostvlietpolder fase 2 te verhogen met € 175.000. De bijbehorende kapitaallasten van € 5.000 worden voor € 3.750 gedekt uit de gereserveerde middelen in het meerjareninvesteringsplan. Het resterende deel wordt gedekt door een onttrekking van € 100.000 uit de reserve ontsluiting groengebieden en dotatie van hetzelfde bedrag aan de reserve afschrijvingen investeringen.

Krediet vervangen damwand Haarlemmertrekvaart
In het gebied rond het Trekvaartplein vinden al gedurende langere periode bouw- en herinrichtingswerkzaamheden plaats (Trekvaartplein, bouw brug, Haarlemmerweg) plaats. De werkzaamheden zijn complex en vragen veel van de omwonenden. Onderdeel van de werkzaamheden is de vervanging van de damwand. Normaal plaatst de gemeente een houten damwand, die zijn echter onderhoudsgevoeliger dan een stalen damwand. Bij uitzondering wil de gemeente nu hier een stalen damwand toepassen. Dit betekent dat er minder onderhoudswerk uitgevoerd hoeft te worden hetgeen de overlast voor omwonenden beperkt. Ook heeft een stalen damwand een levensduur van 60 jaar (voor een houten damwand is dat 30 jaar). Voorgesteld wordt om het krediet met € 282.069 te verhogen en de kapitaallasten van € 7.500 per jaar te dekken uit de vrijval onderhoudskosten

Budgetoverhevelingen:
Niet van toepassing.

Af te sluiten investeringskredieten:
Niet van toepassing.

Risico's:

Extra inzet beheer voor projecten in het fysieke domein­
Enkele jaren geleden is besloten tot een grote investering in onze stad. Een investering die leidt tot een goede bereikbaarheid en hogere kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Een serie aansprekende projecten is opgeleverd, maar een groot aantal projecten zit nog in de voorbereidingsfase. Het aantal en de omvang van de projecten is gedurende de komende 4 a 5 jaar fors groter dan gemiddeld. Deze projecten zijn mede mogelijk gemaakt door NUON middelen. Kijkend naar de projectenportefeuille van de gemeente Leiden zien we in enkele jaren tijd een grote verschuiving van vastgoedprojecten naar openbare ruimte projecten. Dit vraagt om een grotere en andere inzet van expertise van cluster Beheer. In de openbare ruimte projecten geeft Beheer niet alleen (het klassieke) advies over de beheeraspecten en –kosten van een project, maar wordt van Beheer een forse technisch-inhoudelijke inbreng gevraagd. Deze inbreng wordt ook gevraagd bij een aantal ingrijpende nieuwe ontwikkelingen waarvoor nu beleidskaders worden ontwikkeld, zoals de warmtevisie, de omgevingsvisie en klimaatadaptatie.

In fysieke projecten is zijn de kosten van projectmanagement, communicatie en de inbreng van een limitatief aantal teams begroot. De inzet van Beheer is echter niet begroot. Dit was bij vastgoedprojecten ook niet nodig, omdat daar de inbreng van Beheer zich beperkte tot de beheeraspecten van de openbare ruimte rond betreffende vastgoed.

De core business van cluster Beheer is het in interactie met inwoners en ondernemers onderhouden van de stad op beeldkwaliteitsniveau B. In Meerjaren Onderhoudsplannen zijn alle onderhoudsprojecten en –werkzaamheden opgenomen. De kosten zijn begroot en de inzet van stedelijk beheerders, werkvoorbereiders, directievoerders is per project nauwkeurig berekend en meegenomen in de Beheerplannen.

De forse inzet van stedelijk beheerders en werkvoorbereiders in openbare ruimte projecten is zoals gezegd niet begroot. Niet in de ontwikkelingsprojecten en niet in de formatieberekeningen voor onderhoudsprojecten openbare ruimte. De werkdruk (blijkt ook uit medewerkersonderzoek) is zeer hoog en cluster Beheer kan niet meer aan de vraag voldoen. Projecten dreigen te stagneren door een tekort aan technisch inhoudelijke inbreng van stedelijk beheerders en werkvoorbereiders.

De verwachting is dat deze extra capaciteitsvraag aan Beheer zo’n 5 jaar aanhoudt (2017-2021). Om aan de capaciteitsvraag te kunnen voldoen en te voorkomen dat projecten stagneren is Beheer in 2017 gestart met extra capaciteit in te huren, wat over heel 2017 kan resulteren in een nadeel van maximaal € 190.000. Dit gaat om ureninzet van stedelijk beheerders (75% van de extra kosten) en werkvoorbereiders (25% van de extra kosten). Vanzelfsprekend wordt gestuurd op het zo laag mogelijk houden van deze extra kosten en worden alternatieve dekkingsmogelijkheden verkend. In deze bestuursrapportage wordt daarom nog geen bedrag als tegenvaller opgenomen.

Deze extra kosten worden ook in de periode 2018-2021 gemaakt. In 2017 zijn cluster Beheer en Stedelijke Ontwikkeling gestart met zo veel mogelijk bundelen van projecten in de openbare ruimte. Projecten in het Meerjaren Investeringsplan en het Meerjaren Onderhoudsplan worden als het in de tijd en qua programma van eisen maar even kan samengevoegd tot 1 nieuw project. Door deze bundeling verwachten we een besparing in kosten en formatiecapaciteit te realiseren. De resultaten van deze complexe exercitie worden Q1/Q2 2018 opgeleverd. De verwachte kostenbesparing kan als dekking worden ingezet voor de extra adviescapaciteit van cluster beheer in fysieke projecten en eerder genoemde nieuwe beleidsontwikkelingen zoals de warmtevisie, de omgevingsvisie en klimaatadaptatie. Hierover zal in Kaderbrief 2019 en de Eerste Bestuursrapportage 2018 worden gerapporteerd.